gototopgototop

Schotland (2009)

Verslag van een fietstocht in mei 2009 van Glasgow naar Inverness. De tocht voert ons langs hoogtepunten als het weidse Glen Coe, de prachtige kust van Mull, het steil uit zee oprijzende Skye, het idyllisch gelegen Applecross en het bijzonder heuvelachtige Assynth. Rudi en ik fietsen in twee weken ongeveer 1.100 km.

Dag 1: Glasgow > Ardbeg (47 km)

Marieke en de kinderen brengen Rudi en mij al heel vroeg weg naar Schiphol. Om 8.00 uur staan we in de hal, een half uur later is de fiets ingepakt. Gelukkig nog anderhalf uur om in te checken. Maar wat blijkt: alle balies 11 t/m 15 zijn samengevoegd, met als gevolg een rij van zeker 300 m lang door het hele gebouw. “Nieuw beleid” zegt een assistent. Na lang schuifelen zijn we uiteindelijk om 10.00 uur ingecheckt, precies het tijdstip van onze vlucht. Dan maar de eerstvolgende vlucht. Die blijkt vijf uur later te gaan. We zijn weliswaar teleurgesteld door deze ontzettend domme actie van KLM, maar rondom ons zijn veel meer mensen die met opzet ruim op tijd waren en toch hun (intercontinentale) vlucht missen. Gedeelde smart vergoedt veel.

Als we boven Glasgow vliegen (onze gezagvoerder: “Rain and 6 °C”) zien we de ondergelopen golfbanen. Hè jakkes, gelijk in de nattigheid beginnen! De luchthaven doet enigszins verlaten en aftands aan. We droppen onze beschermmateriaal voor de fiets bij de Premier Inn en reserveren gelijk een kamer voorafgaand aan de terugvlucht. Het is al 17.15 uur, en Rudi heeft niet zo’n zin meer in fietsen. Ik weet Rudi over te halen om toch te proberen naar het westen te fietsen en voorbij Dunoon te komen. De eerste tientallen kilometers vanaf de luchthaven zijn niet echt fraai. Veel kleine huizen, troep langs de weg, verveeld rondhangende tieners, alle jongens als hooligans kortgeschoren. Af en toe een spatje regen, al breekt de zon breekt geregeld door.

In Greenoch doen we boodschappen bij de megagrote Tesco. Je kunt hier spijkerbroeken kopen voor 7 pond. Gelukkig kunnen wij er pinnen en broodjes en gastankjes kopen. Dan gelijk door naar het veer naar Dunoon. Het is inmiddels 20.15 uur. We zien in de verte in de haven een grote boot, zou dat de onze zijn? We fietsen nog harder, en we halen deze laatste afvaart van de dag op het allerlaatste moment. Toch nog geluk!

De boottocht is leuk. Rudi maakt veel foto’s. Vanuit Dunoon (verkeersbord “Drinking in public prohibited”) nog 8 km naar Ardbeg. Daar is de camping. De aardige campingbaas laat ons de (enige?) plek op het gras zien waar de tent niet verzuipt. Het heeft hier al weken achtereen geregend, klaagt hij. We eten in de avondschemering goulash met aardappelpuree.

Dag 2: Ardbeg > Glen Orchy (93 km)

We vertrekken om 09.45 uur. De eerste paar uur zijn er regelmatig korte buitjes – werkelijk uit elk wolkje komt regen – en dan weer zon. Het is vrijwel windstil. De weg voert een tijd langs Loch Eck. Het landschap is lieflijk, een beetje zoals Zuid-Noorwegen ten noorden van Kristiansand. Loch Fyne moeten we meer dan 30 km ronden. Eigenlijk wel een saaie weg: vrij breed, veelal vals plat. We komen er nu pas achter dat op onze kaart geen kilometers staan, maar Engelse mijlen. Dat maakt onze geplande afstanden voor de komende dagen toch vrij ambitieus. Bijstellen dan maar.

Het aan de overkant van het Loch gelegen Inveraray bereiken we over een smalle, steile brug. Het is een aardig dorpje. We eten er een hamburger en doen boodschappen bij de benzinepomp. De A819 naar het noorden is weer saai. Heel lang vals plat om uiteindelijk 210 m te bereiken. Maar gelukkig hebben we daarboven eindelijk mooi uitzicht op de bergen rondom de Ben Cruachan die vanaf een meter of 900 in sneeuw zijn gehuld.

Aan de andere zijde van het idyllisch gelegen Kilchurn Castle spreken we twee vissers met maar liefst zes hengels. Het blijkt dat ze vandaag nog helemaal niets aan de haak hebben geslagen. Het is deze winter en het voorjaar erg koud geweest; de vissen komen dit jaar laat.

Bij Dalmally vult de dame achter de bar van het hotel onze Ortlieb waterbuidel. Na nog 5 km over de brede A85 slaan we linksaf de zeer smalle en licht heuvelachtige weg dor Glen Orchy in. De rivier vloeit rustig door dit lieflijke dal. Er is hier nauwelijks verkeer. We kamperen op de picknick plek bij de hangbrug over de Orchy. We eten Bever nasi aan de picknick tafel. Rudi klaagt over de kou. Tijd om de frisbee door de mooie avondlucht te laten zweven. Heerlijke plek!

Dag 3: Glen Orchy > Strontian (89 km)

We staan op de mooie kampeerplek naast de Orchy en ontbijten heerlijk in het zonnetje. De tocht door de glen is mooi. Eerst door het bos, met regelmatig klimmetjes. Halverwege de vallei zien we een serie stroomversnellingen. Daarna wordt het dal weer breder. We zien in de verte de hoge heuvels opdoemen. We komen op de kruising met de A82 en slaan linksaf naar het noorden. Bij de Bridge of Orchy, waar een treinstation en een hotel zijn, drinken we een hot chocolate. Door de felle zon is het inmiddels bloody hot. We trekken onze lange broek en sweater uit. Zonnebril en zonnebrand zijn een must.

Weer op de fiets wordt het landschap steeds weidser. In de verte zien we sneeuw op de bergen. De brede weg is niet erg druk, maar de Britten die er rijden drukken het gaspedaal flink in. De meeste Britten rijden netjes, maar toch zijn er meerdere chauffeurs die je met 100 km per uur inhalen terwijl er dan juist een tegenligger passeert, die moet uitwijken naar de berm. Blijkbaar schat men de lage snelheid van fietsers niet goed in.

Na een simpele beklimming bereiken we de eerste pas. We zijn hier op een soort hoogvlakte aanbeland, met mooie vergezichten en meren. De imposante Meal à Bhuiridh bepaalt het westelijke deel van deze vlakte. Dan nog een klein stukje verder klimmen naar 350 m en vervolgens lekker hard afdalen. We passeren de Three Sisters die aan de zuidkant van het Glen Coe liggen. De kolossale noordwanden doen mij aan de Eiger denken, al is het hier allemaal een paar maatjes kleiner.

We dalen verder af en gaan via de brug naar de ferry bij Inchree. Hier is Loch Linnhe op zijn smalst. Vanaf het moment dat we de ferry op gaan, zijn we eindelijk van de drukke weg af. De route van Corran naar Inversanda is prachtig. Over de schouder links zien we de flink besneeuwde Ben Nevis. Dan westwaarts de Glen Talbert in. Nog even flink op de pedalen de heuvel op. Rudi klaagt over zijn knie. Mijn benen verzuren de laatste 10km.

We logeren in een dorpje genaamd Strontian. De mooie locatie van het dorp aan het loch staat in schril contrast met de shabby camping. Okay, in het toiletgebouw ligt een kurken douchematje, dat dan weer wel. En het is lekker rustig, met behalve onszelf alleen een hevig snurkende wandelaar naast ons. We nemen in het eenvoudige dorphotel the most expensive course, een steak van 12,50 pond. Met de wisselkoers van 1 op 1 is dit goed te betalen. We drinken als toetje bier in de pub. Hier lijkt de tijd stil te staan. Het barmeisje klaagt aan één stuk door over haar werk. Ze wil eigenlijk iets op niveau doen. Maar voor haar droombaan moet ze drie jaar studeren. En dat vindt ze veel te lang. Dus blijft ze lekker klagen over haar werk als bardame. Ja, duh.

Dag 4: Strontian > Killiechronan (104 km)

Vanaf Strontian nemen we vrijwel meteen de A884 richting het zuiden. We moeten flink klimmen: een paar kilometer gemiddeld 9%. Even afdalen, en dan weer omhoog. Op basis van de kaart verwachten we vervolgens een eenvoudige afdaling naar Lochaline, maar het blijft erg heuvelachtig. We moeten de vaart er echt inhouden om de boot te halen.

Het veer brengt ons in een kwartier naar Fishnish Bay. De A849 naar het zuidoosten is saai maar vlak. Opeens is daar Graignure, de aankomstplaats voor het veer uit Oban. Het is hier zo te zien ingericht op het toeristenseizoen, maar nu is het rustig. We eten op een terras in het zonnetje (26 °C) een Giant McGregor, de duurste hamburger van het menu. Die wisselkoers maakt ons gulzig! We maken en praatje met een dame uit Newcastle die direct na haar pensioen op de fiets op weg is naar de Hebriden. Vanaf hier een blik op de Ben Nevis, die 50 km van ons vandaan goed zichtbaar is. En een vrij uitzicht op de Ben Nevis maak je in Schotland niet vaak mee!

Vanaf de weg naar het zuiden hebben we een fraai uitzicht op de zee en de bergen op het vasteland. Dan westwaarts. Er wordt hier verschrikkelijk veel hout gekapt. Sowieso valt op dat Schotten erg into forestry management zijn. We hebben eerst nog de indruk dat de Schotten naaldhout kappen om er loofbomen voor terug te planten. Maar later wordt ons verteld dat het rechttoe-rechtaan houtproductie is, net als in Scandinavië.

Boven het dal van Glen More wordt het landschap opeens een stuk ruiger. Meerdere valleien komen hier bij elkaar. We hebben uitzicht op meertjes in de diepte. Verderop is een hoge heuvel (Corra Bheinn) met als top een grappige piramide. Rudi was hier zeven jaar geleden ook, maar zag toen alleen maar wolken. Nu is het zo helder dat we ons meerdere keren moeten insmeren. Nadeel van de zon is dat het licht zo fel is dat de bergen weinig profiel hebben en foto’s ‘vlak’ worden.

We eten broodjes met jam en lachende koeienkaas bij het Loch Scridain. Vanaf hier gaat een heel smalle en kronkelige kustweg naar het westen. Leuk! Dan weer een heuvel over en bovengekomen vallen onze monden open van verbazing: wat is het hier ongelooflijk mooi! Een werkelijk fantastisch uitzicht op de vele eilandjes in het Loch na Keal, de trapsgewijs geërodeerde vormen op Ulva en vooral de steile kliffen bij Balnahard. Het is inmiddels 18.30 uur, en ik had beloofd naar het thuisfront te bellen. Omdat ik zoals zo vaak in Schotland geen bereik heb, bel ik uit een ouderwetse telefooncel. British Telecom wil het gebruik van deze cellen blijkbaar ontmoedigen, gezien de vele ponden die ik er in een paar minuten door heen jaag. Wat een afzetterij!

Het volgende stuk is wederom indrukwekkend, misschien wel het mooiste stuk van de fietsvakantie. Het smalle weggetje gaat onderlangs steile kliffen. De laatste 15 km blijven mooi. We kijken steeds achter ons hoe de ondergaande zon langs de kliffen het water doet schitteren. We kamperen pal aan de kust, met alleen het geluid van de vele vogels. We verorberen een gigantische hoeveelheid spaghetti met verse ingrediënten, en wassen ons in het 400 m verderop op een autowerkplaats gelegen sanitairhuisje. Wat wil een mens meer?

Dag 5: Killiechronan > Resipole (88 km)

Ontwaken op deze topcamping is een waar genoegen. Om 05.00 uur horen we de ganzen al. Als we om half acht opstaan, staan er achter onze tent drie Engelsmannen uit Windsor met verrekijkers te turen naar de vogels. Als ik de tent uitkom, raak ik met één van hen aan de praat. Hij zegt dat er een zeearend met een spanwijdte van 2,5 m een nest in de buurt heeft. Hij heeft het ook over de steeds dikker wordende Britse jeugd: tegenwoordig hebben de jongens allemaal van die stierennekken. We kunnen wel uren met hem blijven praten, maar we hebben andere plannen.

Na een ontbijt op een grote steen in het loch met dubbele hoeveelheid noodles, gaan we op weg. Aan de auto’s en mannen met verrekijkers langs de route te zien, passeren we het nest van de zeearend al snel. Het is verderop een prachtige route. We zien de steile kliffen aan de overkant van de baai scherp tegen elkaar afsteken. We komen langs de ferry naar Ulva, een nauwelijks bewoond eiland in trek bij wandelaars. Bij Kilminian is de toch al heuvelachtige weg opeens erg steil (20%). Het uitzicht vlak daarna vergoedt veel. Er staat goed gepositioneerd een bankje waar we even uitrusten. Even nog een paar honderd hoogtemeters overwinnen en dan afdalen naar Calgary Bay. De naam doet me op de een of andere manier denken dat er iets spectaculairs te zien is, maar het is gewoon een mooi gelegen baai met zandstrandje. We eten een sandwich en nemen een cafeïneshot.

De rit van Calgary Bay naar Tobermory is erg pittig. We moeten drie keer een paar honderd hoogtemeters overwinnen met diverse kleinere klimmetjes tussendoor. In de afdaling na Dervain zien we een van de weinige fietsvakantiefietsers op onze reis in Schotland. Hij wil wat tegen ons zeggen, maar we hebben haast. De ferry naar het noorden gaat namelijk maar eens per anderhalf uur. Tobermory zelf is een aardig plaatsje met huizen aan de baai die in bonte kleuren zijn geschilderd. In de kerk die dienst doet als lokale Spar doe ik snel een paar boodschappen.

Nadat we met de ferry bij Kilchoan zijn aangekomen, moeten we gelijk weer stijgen. Op de eerste heuvel hebben we voor het eerst uitzicht op de eilanden Rhum, Muck en Eigg, die als schaduwen uit de zee opdoemen. Prachtig gezicht. Nog even een lokale bult over en dan naar Loch Sunart. De weg naar ons eindpunt is zeer grillig en kost ons veel energie. Soms verandert de smalle weg opeens in een ontzettend brede autoweg. Dat hebben we volgens de borden langs die weg te danken aan de Europese Unie. Heel effectief om hordes toeristen in bussen aan te voeren, dat wel, maar voor fietsers niet ideaal. Ik ben geen Euroscepticus, maar laat Brussel in hemelsnaam van de mooie Schotse wegen afblijven! Aan het eind van de dag blijkt dat we 1.450 m hebben geklommen.

Dag 6: Resipole > Breacais Losal (98 km)

Vanaf de aangeharkte camping van Resipole, waar ik bijna mijn bril vergeet – ik draag tijdens het fietsen vaak lenzen – vertrekken we richting het noorden. De omgeving van Loch Shiel en Loch Moidart is lieflijk. Helaas heb ik veel last van mijn hamstrings – zeker nog de naweeën van de inspanning van gisteren. Vanaf Glenuig Bay hebben we een mooi uitzicht op de uit de zee opdoemende eilanden Eigg en Rùm, en heel in de verte Skye. Van de vrij saaie A861 gaan we over in de A830, een brede weg waar hard gereden wordt. Niet fietsvriendelijk. Ze hebben bij enkele klimmen weliswaar een paar kilometer fietspad aangelegd, maar dat is erg hobbelig om fatsoenlijk op af te dalen. De enige afwisseling wordt gevormd door het spoorlijntje dat we enkele malen kruisen. Gelukkig kunnen we bij Arisaig van deze weg af. De oude kustweg naar Morar is heuvelachtig en prachtig. We rijden langs inhammen met rotsen die met algen bedekt zijn, strandjes, en vooral mooi uitzicht op de eerder genoemde eilanden.

De laatste paar kilometers naar Mallaig volgen we weer (illegaal?) de grote weg. Helaas komen we een paar minuten te laat voor de veerboot naar Skye. Geeft niet. We besluiten hier op een terras te dineren. Het menu is fish and chips. Om 18.00 uur pakken we de veerboot. Het is de hele dag al warm, en ook op zee is het goed uit te houden. Op Skye aangekomen, fietsen we snel verder noordwaarts. Het is namelijk al laat. Er staan op onze toch best gedetailleerde landkaart van een niet nader te noemen Brits bedrijf twee campings aangegeven bij Brecais. Eén blijkt een niet al te gastvrij uitziend woonwagendorp, de ander is onvindbaar. We fietsen wat rondjes, maar niets te vinden. We worden al aardig chagrijnig als we een automobilist aanhouden en hem om advies vragen. Hij bevestigt dat er inderdaad geen campings meer zijn, en nodigt ons uit om in zijn tuin te kamperen.

Zo gezegd, zo gedaan. Het is maar een paar kilometer fietsen tot zijn huisje aan de zee. Terwijl wij de tent opzetten in het hoge gras, zet hij bier voor ons klaar. Terwijl ik nog voorzichtig probeer te zeggen dat hij niet zoveel moeite voor ons hoeft te doen, zegt hij dat we binnen kunnen douchen en begint hij onderwijl voor ons te koken. Hij – Peter Dunlop – woont hier nu anderhalf jaar alleen. Zijn vrouw is overleden, en zijn dochter werkt aan de University of Edinburgh. Peter presenteert een wekelijks jazzprogramma op Cuillin FM, ‘het’ radiostation van Skye. Hij heeft in jazzliefhebber Rudi een goede gesprekspartner. Als we na de lekkere pasta, bier, wijn en oatcakes met koffie, ook nog diverse dure whisky’s mogen gaan proeven is de avond helemaal top! Omstreeks half twee kruipen we vrolijk aangeschoten de tent in.

Dag 7: Breacais Losal > Elgol (30 km)

Vandaag hebben we een rustdag op het eiland Skye. We staan pas om 09.00 uur op. Peter is dan al naar zijn werk. Hij heeft de deur voor ons open gelaten zodat wij ons kunnen opfrissen. We doen rustig aan, en brengeneind van de ochtend de sleutel terug bij zijn werk, een printshop in Broadford. We geven hem als dank een fles Tobermory whisky cadeau. Dan de smalle B8083 naar het zuidwesten. We hebben wind mee, de zon heeft zich vandaag verstopt. Het is een stuk koeler dan de afgelopen dagen. We stoppen even bij een kerkruïne met oude (familie)graven. Hier is begin twintigste eeuw mijnbouw geweest en er is zelfs een spoorlijn naar dit verlaten oord aangelegd. Daar is nu bijna niets meer van te zien.

Vanaf het gehucht Torrin aan het Loch Slaping wordt de weg weer een stukje mooier. Na een lange, maar niet al te steile klim bereiken we de eerste huizen van Elgol. Zoals elders ook hier witte huizen. We dalen vrij abrupt af naar de kust. Remmen goed dichtknijpen. Beneden is niet, zoals ik me had voorgesteld, een gezellig vissersdorpje, er is zelfs geen hotel. Er is niet veel meer dan een aanlegsteiger en een parkeerplaats. Vanaf hier kan men boottochtjes maken naar Rùm, Eigg of Coruisk.

Wij houden het na een korte fotosessie voor gezien. Er is hier geen camping, en we zien zo snel geen geschikte plek om te gaan wildkamperen. Dan maar weer terug, want boven op de bult hadden we een Bed & Breakfast gezien. In de klim moeten we een kleine kilometer lang 15 tot 25% bedwingen. Met bepakking is dat best steil. Bovengekomen regelen we de overnachting en gaan gelijk op pad. We wandelen een eind langs de kust om goed zicht te krijgen op The Cuillins (spreek uit: Koelins), de hoogste toppen van Skye, die steil uit zee oprijzen. We maken veel foto’s, ook al is het eigenlijk te bewolkt.

Later die avond eten we bij het enige restaurant in de wijde omtrek: het Seafood Restaurant. Gelukkig is het eten prima en de bediening hartelijk. Rudi neemt voor 15 pond een behoorlijke hoeveelheid reuzekrabbenscharen, vers uit de zee. Probleem is dat hij deze stuk voor stuk open moet slaan. Schiet niet echt op. De eigenaar helt hem op een gelegen moment met een reusachtige moker. Uitgerust en gedoucht gaan we slapen in een echt bed. Morgen hebben we een lange etappe voor de boeg.

Dag 8: Elgol > Applecross (103 km)

We nemen afscheid van de vriendelijke gastvrouw van de Bed & Breakfast. Met de zon weer in zicht fietsen we vandaag naar het noordoosten. Het eerste stuk is bekend terrein, want we gaan dezelfde weg terug naar Broadford. Vanaf daar is de A87 een saaie, brede weg. Gelukkig zien we al snel de brug naar Kyle of Lochalsh, die eigenaardig bol is ontworpen. Aan de overkant gaan we snel van de grote weg af. We nemen de kustweg naar Achmore. Alhoewel kustweg, we gaan regelmatig landinwaarts om weer een of andere heuvelrug te beklimmen. En als je dan langs de kust rijdt, zie je er niets van door de metershoge heggen.

Het volgens de reisgidsen aardige plaatsje Plockton laten we links liggen. We moeten immers nog het hele Loch Carron ronden, en daarna nog een pas naar Applecross. Durinish is een aardig dorpje met een steil stuk naar de lokale brug. We rijden vervolgens een lang stuk door het bos tot we bij de brede A890 aan komen. We zien een verkeersbord "Stromeferry (no ferry)". De weg kent een aantal onnodige steile klimmen tot 18%. Bij Stratcarron ronden we het loch, en gaan we, na 75 km tegen de wind in te hebben gefietst, met hoge snelheid westwaarts. De weg naar Ardarroch is gemeen steil – de afdaling mag er trouwens ook zijn.

In Tornapress beginnen we aan het hoogtepunt van de dag: de weg naar Applecross. We hadden van te voren begrepen dat deze erg moeilijk zou zijn. De eerste paar kilometer maken tegemoetkomende automobilisten gebaren in de trant van “succes”, “sterkte”, of toch “sukkels!”, ik weet het niet. De dreigende lucht, waaruit steeds meer druppels vallen, maakt de uitdaging compleet. Desondanks valt de mooie, smalle weg best mee: de eerste kilometers slechts 3 tot 5%, vervolgens een paar kilometer 8-10%, dan een volle kilometer 12 tot 18%, en tot slot bij de haarspeldbochten weer een stuk 8 tot 10%. Al met al een pittige maar haalbare route door een mooi komdal, die op 626 m als hoogste pas van Schotland eindigt.

Boven gekomen genieten we van een mooi uitzicht op Skye. De afdaling naar zeeniveau is lekker. Je kunt hier hoge snelheden halen, ware het niet dat de weg smal en bochtig is. Bijna beneden zien we herten tussen de schapen in het weiland. De camping bij Applecross is perfect. Wel al redelijk druk zo vroeg in het seizoen; in de zomer is het hier waarschijnlijk gekkenhuis. We nemen een bier in de lokale pub en proosten op deze mooie dag.

Dag 9: Applecross > Gairloch (104 km)

De was die ik gisteravond om 22.00 uur heb opgehangen is alweer droog als we de tent uitkomen. We hebben geen last van het bier en gaan na een portie dubbele noodles plus custard en rozijnenprut als toetje op pad. We rijden langs het romantisch gelegen witte kerkje van Applecross. We hebben dankzij het prachtige weer steeds goed uitzicht op de bergen van Skye aan de overkant van de Inner Sound. We maken veel foto’s. Op wat toeristen na is het hier verlaten. Langs de hele westkust van het schiereiland tellen we misschien vijftien huizen. De weg wordt gaandeweg steeds heuvelachtiger. Elke keer weer een meter of 50 tegen 10-12% omhoog en weer omlaag; dat hakt er goed in. Maar het is een smalle en afwisselende weg, met voldoende afleiding om niet aan de beenspieren te hoeven denken.

Op vrijwel gelijke hoogte met de goed zichtbare vuurtoren van Rona aan de overkant van het water, ronden wij bij Fearnmore de noordkant van het schiereiland. De bergen aan de overkant op Wester Ross zien we nu, daar moeten we naar toe. Maar eerst nog vijftien kilometer heuvel op, heuvel af. In Shieldaig serveren de Australische serveersters ons hamburger met friet. Na dit dorp is de A896 veel minder geaccidenteerd. De weg door Glen Torridon is helemaal eenvoudig. Deze voert langs meer dan 1.000 m hoge toppen door een vrij stenig landschap.

We zien een camping van de Caravaning Club (“Sorry – No tents”) in het onbeduidende Kinlochewe. Rudi heeft last van zadelpijn en zijn achillespees. Ik zit ook niet meer zo lekker op mijn fiets. Onze camping is helaas nog 30 km verderop. Met hangen en wurgen gaan we weer naar het noordwesten, langs het Loch Maree. De weg is vlak en soms licht glooiend: normaal niet ons ‘ding’, maar nu zeer welkom. Als we uiteindelijk de camping bereiken hebben we meer dan 100 km op de teller staan. We staan midden in het dorp Gairloch op een soort plateau met veel caravans. Britten zijn werkelijk verzot op caravans, liefst 7m lang en twee assen. Buiten komen doen de oudjes alleen om het caravanhondje uit te laten, zo lijkt het wel. Als we de caravans wegdenken, hebben we een mooi uitzicht op de baai. We trakteren onszelf op pasta Bolognese.

Dag 10: Gairloch > Ullapool (93 km)

Om Gairloch uit te komen, moeten we gelijk anderhalve kilometer 10% gemiddeld fietsen. Dat is niet goed voor de koude spieren. Gelukkig worden de hellingen daarna een stuk minder heftig. Als we Loch Ewe bereiken zien we betonnen gevaarten in het water staan: wat is hier aan de hand? Het informatiebord biedt uitkomst. De baai was in de Tweede Wereldoorlog één van de belangrijke verzamelplaatsen voor goederentransport naar Moermansk (‘the Arctic route’). Het loch moet toen zwart van de schepen hebben gezien. De betonnen bouwwerken zijn de restanten van pieren en afweergeschut.

Bij Little Gruinard is een mooi stukje zandstrand, daar gelijk flink klimmen. Bovenaan de klim vanaf Mungasdale happen we een broodje. Dan gaat het plots regenen. Het toetje eten we in regenpak. En dan hup, snel naar beneden langs het Little Loch Broom. De weg langs het water is makkelijk. Bij Dundonnell zouden we volgens de kaart misschien over een smal weggetjes kunnen afsnijden naar Ullapool, maar helaas geeft het bord "No ferry" aan. De A893 stijgt hierna flink. We hebben tegenwind en het gaat ook weer regenen. We denken steeds dat we boven zijn, maar we zien ook wel dat het beekwater naar ons toe blijft stromen. En dan zijn we eindelijk boven. Het stopt met regenen, de zon breekt door. Weids landschap, overal half omgewaaide witte hekken, onheilspellende wolken, mooi verlicht landschap: prachtig!

In de afdaling naar de A835 hebben we een goed uitzicht op de vallei richting Loch Broom. Het lijkt een beetje op het Noorse fjordengebied. De rit naar Ullapool duurt vervolgens langer dan we hadden gedacht. Op de stadscamping in Ullapool heb ik bereik en bel ik het thuisfront weer eens. Terwijl ik bel zie ik de gitzwarte wolken die vlak boven het loch hangen op ons af komen. Net als het gigantisch begint te hozen, heeft Rudi de tent opgezet. De plensbui houdt anderhalf uur aan, daarna gaan we Ullapool verkennen. We eten en drinken in Publican Seafood Pub of the Year 2006.

Dag 11: Ullapool > Achmelvich (57 km)

Waar het gisteravond nog regende, zien we vandaag de hele dag de zon. We doen voor enkele dagen boodschappen bij de supermarkt, want in Lochinver zou geen supermarkt zijn. Ik bestel via de telefoon kaartjes voor de treinreis van Inverness naar Glasgow over een paar dagen. Dat is nodig omdat de Schotse spoorwegen maar heel beperkt plaats hebben voor tweewielers. De dame aan de lijn praat zo snel dat ik haar nauwelijks kan volgen, vooral niet de codes die ze doorspeelt. Gelukkig zal later blijken dat ik ongemerkt een vette korting op de reguliere prijzen heb gekregen.

Vanaf Ullapool naar het noorden moeten we gelijk flink op de pedalen. Na een kleine 20 km slaan we van de A835 linksaf richting Loch-Lurgainn. Deze op en neer golvende, slingerende weg is ideaal voor ons. We zien mooie bergen aan weerszijden van het meer. Veel brem langs de weg, die op de Michelin-kaart overigens niet als groene weg staat aangegeven. Waarschijnlijk kun je een groene aanduiding ‘kopen’ door voor een hoge vergoeding in de restaurantgids vermeld te worden. En hier zijn geen restaurants! De zon brandt inmiddels zo fel dat ik ondanks insmeren blaartjes op mijn oren krijg.

Dan rechtsaf een kleine ongenummerde weg richting Lochinver. Echt een juweeltje. Weliswaar erg heuvelachtig, maar elke kilometer is er weer iets nieuws te zien. De ene keer fiets je bijna bovenaan een heuvel met weids uitzicht, dan fiets je in een Cévennes-vallei, en daarna beland je aan de Côte d’Azur. Zeer markant is de 731 m hoge Suilven, een langgerekte heuvel die aan één zijde abrupt stopt. Aan die zijde lijkt de berg wel een soort Matterhorn, echt heel maf. Er is weinig verkeer. Caravans mogen hier gelukkig niet komen. In Lochinver is toch een goed geoutilleerde Spar, en hebben we onze boodschappen voor niets meegezeuld. Dus kopen we nog maar een fles wijn en andere lekkere dingen.

Vanaf Lochinver is het nog maar 6km tot aan de camping in Achmelvich. Het blijkt een flink heuvelachtige weg die zich aan het eind omlaag stort naar een baai in de woeste kust. Er is een wit zandstrand met groenblauw water. We zetten ons tentje pal aan het water. En dat voor slechts 3 pond per persoon. Beste camping ooit. Naast ons komt een aardige Schot staat die er zichtbaar opgelucht op uit trekt nu zijn vrouw een weekje van huis is met vriendinnen. Hij vertelt over zijn lange afstand fietstocht door Schotland met zijn vader die toen alweer 75 jaar oud was. Die wilde ondanks een stijf lichaam per sé op een herenracefiets fietsen, en ging daarom steeds op een steen of stoep staan om zijn been over het zadel te krijgen. Voor ons jonge goden is er nog toekomst!

Dag 12: Achmelvich > Invercassley (91 km)

De Dag des Oordeels: de route van vandaag, langs de west- en noordkust van Assynt, staat bekend als meest heuvelachtige weg van Schotland. Het begint al goed: binnen een kwartier hebben we al 150 hoogtemeters te pakken. Het is continu stijgen en dalen vandaag. In het dorpje Stoer is het dak van de kerk afgewaaid. Bij Clashnessie komt het water uit zee in één 400 m brede rol naar het strand. Dat kennen we in Nederland niet.

De weg wordt smaller en steeds steiler. Alle klimmen zijn 10 tot 15%, maar nooit al te lang. In het kleine Drumbeg kopen we een stokbroodje in het uitstekende supermarktje. Opeens begint het hard te gieten. We kunnen gelukkig onder een soort afdakje schuilen. Als we weer verder gaan, wordt de weg steeds steiler, na enkele kilometers zelfs 15 tot 25%. Op zich is dit nog wel te doen, maar met regenpak aan is het toch wel zweten geblazen.

Als we bij de brede A894 aankomen, hebben we 900 hoogtemeters in de benen. Ook nu moeten we klimmen, maar het gaat wel een stuk geleidelijker. We halen hier eindelijk twee fietsers in die een dagtrip maken maar al wel 20 km voor ons in het zicht rijden. Dat geeft natuurlijk wel een kick. We dalen af naar Loch Assynth. Zodra we bij de mooi gelegen ruïne van Ardvreck Castle zijn, breekt de zon door. Bij Inchnadamph baadt een mooie heuvelwand, een soort klif, in het warme zonlicht.

Rudi fietst de volgende 10 km naar Ledmore voorop, waarna we linksaf slaan naar de A837, het dal van de Oykel in. Achter ons worden de mooie bergtoppen die het weidse landschap bepalen steeds kleiner. We drinken een kop koffie bij een motel. De gigantische houtkachel staat te loeien, we krijgen het er erg warm van. We vervolgen de rustige, smalle weg door het groene en steeds minder ruige dal. De oude Oykel Bridge is apart zo hoog boven de gelijknamige rivier. Bij Invercassley halen we water en bier bij een hotel. Bij gebrek aan campings hier in de buurt, vinden we even verderop een picknick plaats. We zetten de tent op een grasheuveltje, en dineren in de blokhut die normaal dienst doet als natuureducatiecentrum.

Dag 13: Invercassley > Inverness (102 km)

Vanmorgen zijn we al vroeg uit de veren en pakken we de spullen snel in. Rudi is bang dat een boswachter ons op deze natuureducatieplek betrapt. Ontbijtje in de blokhut en snel op de fiets. De A837 gaat voorlopig alleen maar licht omlaag. We halen wat dagproviand in Bonar Bridge. Bij Fearn Lodge gaan we rechtsaf de B9176 op, een flinke klim naar ongeveer 240 m. Het uitzicht stelt niet zoveel voor na wat we de afgelopen weken hebben gezien. Het begint te regenen. Het hele stuk door Easter Ross hebben we afwisselend regen en zon. Net als je je regenpak aan hebt, stopt het weer met regenen.

Beneden gekomen hoeven we gelukkig niet de drukke A9 op. Op mijn Google Maps staat een parallelweg langs Evanton. Daar schuilen Rudi en ik in een telefooncel voor de plotselinge regen. We moeten wel weer flink klimmen. Best een aardige weg, heel landelijk in elk geval. Vanaf Dingwall is het andere koek, het is er druk. Bij Beauly krijgt Rudi last van zijn knie. Nog even volhouden, zeg ik, we zijn bijna bij de finish! Hoe dichter we bij Inverness komen, des te harder wordt er gereden. Door automobilisten wel te verstaan. Soms echt onverantwoord: ons inhalen en dan vlak voor de tegenligger aan de kant – het scheelt dan echt maar een haar!

Inverness is op het eerste gezicht druk en rommelig. Maar het is dan ook spitstijd. We gaan eerst naar het station. Ik had in Ullapool treinkaartjes voor ons en de fietsen gereserveerd, en wil deze afhalen. Terwijl ze een stuk of twaalf kaartjes voor ons uitprint, zegt de dame aan het loket dat we mazzel hebben gehad met de kaartprijs, deze ligt zeker de helft lager dan wat we normaal zouden moeten betalen. Helaas kunnen we door plaatsgebrek – lees; de treinen zijn er niet op ingericht – niet rechtstreeks naar Glasgow, maar moeten we via Aberdeen.

De stadscamping ligt op 2,5 km zuidwaarts naast het lokale sportcomplex van Inverness. Rudi en ik pikken gelijk de enige tafel van het tentenveld in. We eten heerlijke curry met kalkoen, groenten en rijst. We staan voor de derde keer deze vakantie naast een Duits stel dat met de bus rond toert. De wereld is klein. We besluiten onze reis met bier in de pub. Morgen weer terug naar Glasgow, en vanaf daar naar Nederland. We zijn erg tevreden over deze fietsvakantie.