gototopgototop

Frankrijk & Italië (2004)

Dit is het verslag van mijn fietstocht in juni 2004 op de grens van Frankrijk en Italië. Met als resultaat enkele hoge cols (Agnel, Bonette) en een paar onbekende passen (Fauniera, Sampeyre). Oja, ik sta ook oog in oog met het standbeeld van Marco Pantani. In zes dagen leg ik 315 km en 8.700 hoogtemeters af.

Dag 1: Guillestre > Sampeyre (78 km)

|route| Gisteren kwam ik eind van de middag aan in Guillestre. Het was 34 °C toen ik de tent opzette. Vandaag is het half bewolkt en een stuk frisser. Ik krijg het voor elkaar om al na een paar honder meter de ketting eraf te rijden. Met vieze handen rij ik door de kloof naar Queyras. Het Parc de Queyras is een van die rustpunten in het woud van Franse skigebieden. Het is hiernaar verhouding ruig en primitief. Op een gegeven moment kom ik bij een afslag. Ik denk: hier ben ik eerder geweest (1993), linksaf ga je naar de Col d'Izoard, dus ik moet rechtsaf. Na een paar km steil omhoog begin ik te twijfelen. Kom ik erachter dat ik de doorlopende weg naar Ceillac genomen heb. Dom dom. Weer terug en nu wel de juiste kant op.

Na Chateau Queyras pak ik de D205 naar de Col d'Agnel. Ik neem wat sportdrank en stukjes Isostar tot me. Een collega van me zei dat ik daar vast beter van ging klimmen. Maar het voelt niet helemaal goed in mijn maag. Ik zie al snel de hoogste berg in de wijde omtrek omdoemen: de Monte Viso (3.841 m). Het is nu nog 20 km en 1.350 m stijgen. Ik vind het prachtig hier: heel weids en verlaten. Maar wat is deze pas zwaar zeg. Met name het laatste stuk is slopend: je hebt dan al 1.200 m geklommen en als toetje 6 km lang 8,5% gemiddeld. En dan die Isostar-rommel erbij: ik voel me hondsberoerd en moet overgeven. Dat spul hoef ik nooit meer.

Ik bereik nu de laatste bochten. Het weer was al niet best, maar nu begint het te sneeuwen. Volkomen eenzaam en niet geheel fit fiets ik hier op bijna 2.750 m hoogte. De afdaling moet grandioos zijn maar ik zie er niet veel van. En van fietsen komt het de eerste kilometers nauwelijks. Doordat ik mijn handschoenen niet bij mij heb krijg ik zulke koude handen dat ik niet kan remmen. Lopen dus. Ik ben blij als ik uiteindelijk in Sampeyre aankom. Daar kan ik de camping niet vinden. En ik heb geen zin om wild te gaan kamperen in de regen. Dan maar een goedkoop hotelletje. Dat biedt als voordeel dat ik alles kan laten drogen en vanaf mijn bed het WK voetbal kan kijken.

Dag 2: Sampeyre > Ponte Marmora (32 km)

|route| De dag van gisteren is niet in de kouwe kleren gaan zitten. Ik start de dag licht misselijk en futloos, en heb helemaal geen zin om te gaan fietsen. Het vooruitzicht is de Colle di Sampeyre, meer dan 15 km continu rond de 8,6% klimmen. Ter vergelijking: dat is een half procent steiler dan 17,5 km klassieke oostkant van Stelvio. Maar die is een stuk mooier! Want de smalle weg gaat vanuit Sampeyre voor een groot deel door het bos en bevat geen enkele bijzonderheid. Pas helemaal bovenop realiseer ik me hoe mooi het uitzicht achter me is. De Col d'Agnel zie ik van de Italiaanse kant heel duidelijk liggen naast de majestueuze Monte Viso.

De zuidzijde van de pas is gevarieerder. Ik kan na een paar km smalle weg kiezen tussen Stroppo en Elva. Ik kies Elva. Dit dal blijkt een soort Schlucht. De bergbeek laat maar weinig ruimte voor de smalle uitgehakte weg. De tunneltjes door de opeenvolgende tandachtige bergkammen zien er niet al te stevig uit. Heel mooi! De spectaculaire afdaling is steil en ik ben in een mum van tijd beneden. Daar bots ik op de  camping. Die blijkt echter nog niet open. Iemand treft voorbereidingen voor het seizoen, en ik mag water tappen in het sanitairgebouw dat 's avonds op slot gaat. Maar ik sta verder moederziel alleen op het veldje.

Dag 3: Ponte Marmora > Demonte (46 km)

|route| Vandaag is de tocht waarvoor ik naar dit gebied ben gekomen. Mijn interesse was gewekt zodra ik erachter kwam dat de pasweg naar de Colle del Fauniera (of Colle dei Morti) recent was geasfalteerd zodat de Giro d'Italia er over heen kon, en de weg desondanks niet op de Michelin-kaart stond. (Sowieso is dat een besef dat je als Europafietser ooit krijgt: dat de heilige Michelin-kaart echt niet alle mooie weggetjes bevat. Maar goed.) Daar moest ik dus naar toe!

De beklimming bestaat uit drie gedeelten: eerst door een een wat nauwere vallei langs de bergbeek Marmora en via een aantal bochten door bewoond gebied. Dan een lang steil stuk door de steeds weidsere vallei naar de Colle d'Esischie (2.370 m). Hier zit een stuk in van meer dan 5 km 8,7% gemiddeld met flinke uitschieters in de bochten! Tot slot het gebied 'aan de achterkant' van de Esischie naar de de Colle del Fauniera, een omgeving die in tegenstelling tot het lieflijke, groene Marmoradal heel rotsig en ruig is.

Als ik bij de Fauniera aan kom zie ik tot mijn verbazing een meer dan levensgroot standbeeld van Marco Pantani, die kort daarvoor is overleden aan een overdosis drugs. Ik bevind me nu op een lang gestrekte bergkam waar allerhande smalle al dan niet geasfalteerde wegen lopen. Waarschijnlijk ooit aangelegd in het kader van de Italiaans-Franse grensschermutselingen. Volgens mij kun je in dit gebied eindeloos fietsen, ik moet hier zeker nog eens terug. Het wordt steeds bewolkter, er zit onweer in de lucht. Ik duik omlaag over de steile weg door het verlaten bergdal en zoek een veilig heenkomen.

Dag 4: Demonte > St Etienne de Tinee (67 km)

|route| Op deze druilerige dag staat de Colle della Lombarda (2.350 m) op het programma. Ik ben nog steeds niet hersteld van het Isostar-debacle op de Agnel. De energie wil maar niet aantreden. Dan maar rustig gaan peddelen. Dat is lastig als je in het beginstuk 7 km lang 8,8% moet rijden. De Italiaanse passen zijn echt een tandje zwaarder dan de Franse en zeker pittiger dan in Zwitserland. Het tweede deel van de beklimming is eenvoudig. De pashoogte zelf kan niet bekoren. Snel naar beneden. De afdaling gaat langs Isola 2000, een ronduit vreselijk skioord met lelijke bebouwing en veel liften. Dat heeft een voordeel: de weg naar beneden is breed en perfect om van af te dalen.

Beneden gekomen kom ik op de weg van Nice naar de Bonette. Het is vanaf hier nog 15 km vals plat naar Saint Etienne de Tinee. De camping is op buitensporters ingesteld. Ik krijg van de campingbaas alvast een Col de la Bonette-sticker ("la plus haute route d'Europe") voor op mijn fiets. Naast mij ligt een man in een piepklein tentje. Hij blijkt een heel aardige Tukker van middelbare leeftijd die uit pure woede over zijn ontslag besloot de 100 Colstocht te gaan rijden. We eten samen in het gezellige dorp. Hij rijdt veel meer kilometers en hoogtemeters per dag dan ik. Ik besef nu pas dat ik het deze vakantie wel heel rustig aan doe...

Dag 5: St Etienne de Tinee > Chatelard (55 km)

|route| Als ik opsta is mijn buurman al vertrokken. Hij doet vandaag de Bonette en de Vars, ik houd het voorlopig bij een pas. Mijn maag is eindelijk weer blij. Ik vier dat met een stokbrood met roomkaas en een liter volle melk als ontbijt. Ik fiets een eindje op met een Duitser die gisteren uit Nice is vertrokken en naar Frankfurt fietst. Hij fietst voor het eerst in de bergen, is vrij stevig van postuur en moet na enkele kilometers lossen. Ik hoop maar dat hij boven komt. Ik voel me kiplekker.

De weg gaat in drie etappes: eerst de eenvoudige aanloop door het lang gestrekte dal (5%), dan 5 km bochtenwerk tegen de bergwand op (8,4%) en dan 10 km nog geen 7% naar de pashoogte. Vanaf het bochtenwerk wordt de pas interessant. Net als je je afvraagt waar de weg toch heen gaat daar boven aan die bergwand, zie je heel in de verte een lange rechte streep naar een suikerberg lopen. Dat is de pasweg. Ik vind het hier heel mooi. Ik fiets zo lekker dat ik niet door heb dat het maar 5 °C is; pas bovenaan doe ik weer iets over mijn zweethemd.

Vanaf de Col de Restefond leidt een weg om een iets hogere bergtop langs naar de Cime de la Bonette (2.802 m). Helaas lukt het me niet om die in zijn geheel te fietsen; er liggen op een gegeven moment teveel stenen en sneeuw. Stukje lopen dus. Je hebt hier een fantastisch uitzicht over de Maritieme Alpen die opvallen door hun bruine kleur (erosie). De noordzijde is heel anders, een stuk steiler ook. Ik zie tegemoetkomende fietsers flink zwoegen. In Jausiers eet ik weer en al rechtsaf naar Chatelard waar de winderige camping is.

Dag 6: Chatelard > Guillestre (40 km)

|route| Met de kennis van nu zou ik vandaag de deels ongeasfalteerde Col du Parpaillon hebben geprobeerd. Maar in 2004 weet ik nog niet van het bestaan van deze hoge pas en ga linea recta naar de Col de Vars (2.108 m). Die pas is landschappelijk middelmatig aardig en op een enkel stuk van 10% na niet lastig. Ik sta al snel boven. Daar trakteer ik mijzelf op een cola en schiet ik naar beneden. Mooi uitzicht hier op de Ecrins. Ik bereik de camping in Guillestre waar ik een frisse douche neem. Helaas, het zit er weer op. De terugreis naar Nederland begint.